Spartaanse mening

Jaap deelde op 12 februari een interessante mening. Zijn vraag was of Sparta ‘gecultiveerd’ kan worden. Hij noemde de stevige link van de Spangenaren met de culturele sector in de stad, waaronder met mij. Ik heb sinds ik in 2017 uit Friesland kwam om bij WORM te werken een seizoenskaart voor het Kasteel. Ik ben voetballiefhebber en als ik me verbind aan een club doe ik dat vanuit het ‘support your local’ principe. In Friesland was dat Cambuur, in Groningen de plaatselijke FC. Sparta is de club van Rotterdam, dat was een eenvoudige keuze. Ik mis de wedstrijden en de sfeer op de Dennis Neville-tribune enorm!

In de reacties op Jaap’s column werd er wisselend gereageerd: sommige lezers vonden het maar niets, anderen waren enthousiast en noemden o.a. de ‘cultclub’ FC St Pauli als inspiratie. Ook wordt de voetbalcultuur in Engeland als voorbeeld genoemd.

Cultclub

Toen Marc Overmars in 2005 ‘hoofd technische zaken’ werd bij Go Ahead Eagles wilde hij de cultuur van ‘Kowet’ omvormen naar Engels voorbeeld. Volgens hem waren alle ingrediënten daar: het stadion in de volksbuurt, de clubkleuren, de naam… Het werd niets, de supporters voelden er niets bij en korte tijd later verkaste Overmars naar 020.

Ook Telstar lijk zichzelf als ‘cultclub’ te ontwikkelen. Het gekoketteer met ‘vis’, de aandacht voor ‘supporter Dicky’, de ‘excentrieke’ voorzitter De Waard, men wil in Velzen-Zuid nadrukkelijk het voorbeeld van St Pauli kopiëren. Het is een soort ‘retro-alternatieve’ nostalgie, die je ook bij het voetbalmerk Copa ziet en die wat mij betreft net zo muf ruikt als de verschimmelde Panini-boekjes in de bananendoos op zolder. Al moet ik zeggen dat het regenboogshirt dat een paar maanden geleden door Telstar en Robey is gelanceerd van een zeldzame schoonheid is.

Engagement

Het veel genoemde voorbeeld van St Pauli lijkt inderdaad aansprekend: voetballiefde wordt gecombineerd met een diep gevoeld maatschappelijk engagement dat links en anti-mainstream is. Je ziet dat meer in Duitsland, ook lager spelende clubs als Babelsberg ’03, TB Berlin, Chemie Leipzig en Borussia Leer zijn uitgesproken links, anti-racistisch en pro-LGBTQ. Wat mij betreft een fris en noodzakelijk tegengeluid in het op financiële winst gerichte prof-voetbal.

Een ander aansprekend voorbeeld is Forest Green Rovers uit de Engelse League 2: de eerste vegan full-profclub ter wereld, met in de kantine broodjes Humus, lokaal bier, een lichtinstallatie de werkt op zonne-energie, shirts uit ecologisch en gerecycled materiaal en de beste grasmat van alle Engelse competities. Dale Vince, de voorzitter, heeft een punkverleden en is nu eco-ondernemer (en miljonair). Het is één van de weinige voorbeelden die ik ken waar een voorzitter zo’n cultuurverandering heeft weten te realiseren in een professionele voetbalclub. Ik ben er geweest, het is adembenemend.

Rotterdamse diversiteit

In 2006 zat ik samen met volbloed Spartaan professor Han Brezet in het Abe Lenstra stadion bij Heerenveen-Sparta (0-0). Met regelmaat klonk het uit zijn mond: ‘Sparta naar vóóóóren!’. De Feansters zagen het met gefrondse wenkbrauwen aan. Professor Brezet en ik bespraken de opmerkelijke situatie dat terwijl op het veld ‘multicultureel Nederland’ volop te zien was, daar op de tribunes nog weinig van te merken was. ‘Ach’, zei Brezet, ‘Dat komt vanzelf’.

15 jaar later is de situatie echter nog weinig veranderd. Op het veld – zowel in het eerste, het ’tweede’, als in de jeugd – is de Rotterdamse diversiteit te zien. Op de tribunes is dit helaas nog niet zo, en ook de staf, directie, bestuur en de vertegenwoordigers van de verschillende organen van Sparta zijn nog in hoofdzaak witte mannen. Vooraf en in de pauze wordt nog altijd die uitgekauwde Britpop gedraaid.

De sleutel

In WORM heb ik geleerd dat representatie in de organisatie zorgt voor een nieuw publiek dat zich daarin herkent. Als Sparta niet als een ‘dertien in een dozijnclub die volgens een KNVB benchmark-model’ door het leven wil gaan, dan lijkt me het duidelijk. Op het veld is het Rotterdam van de 21ste eeuw al te zien. Zorg dat dit ook te zien is alle geledingen van de club en begin bovenin: bestuur en directie. Zorg daarbij dat naast de huidige zakelijke partners er actief geworven wordt onder nieuwe Rotterdamse ondernemingen. De collab tussen Robey en Banlieue, maar ook het stadionconcert van Broederliefde, zijn bewegingen die een beeld geven van een mogelijke toekomst.

De sleutel voor de ‘cultivering’ van Sparta ligt wat mij betreft precies hierin. St Pauli en Forest Green combineren liefde voor voetbal met engagement. Er wordt niet een nostalgisch beeld gecultiveerd- een fantasie over vroeger – maar er wordt gekeken naar wat er in de wereld aan de hand is en hoe de club daarin van betekenis kan zijn. Daarbij maken ze gebruik van bewegingen die er al zijn, die door leiding en regie kunnen worden versneld. Zo wordt Sparta een club voor de toekomst. Of – om met professor Brezet te spreken: Sparta naar vóóóóren!

4.4 7 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Abonneren op
82 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedback
Bekijk alle reacties