
Enkele jaren geleden stonden we met een paar vrienden voor het Supportershome bij het Kasteel. Het ging over de derby tegen Feyenoord het volgende weekend. Kunnen we Sparta-shirts meenemen? Sjaals? Iemand zei: “Geen probleem, ik loop daar al jaren openlijk rond met een Sparta-shirt.” Verbaasd keken we hem aan en hij verklaarde: “We verliezen toch met vier doelpunten verschil. De Feyenoorders zijn in een goede bui, die doen dan niets. Alleen: als we ooit eens winnen, dan moet ik snel kunnen rennen!”
Ik weet niet hoe en in hoeveel stukken hij afgelopen zondag thuis is aangekomen, maar na eindeloze 26 jaar was het weer zover: Sparta wint in De Kuip! Het heeft lang geduurd en we hebben lang moeten wachten. Ik weet niet hoe vaak ik de laatste tijd de zin heb gehoord: “Ik ga daar al 20 jaar alleen nog maar heen om die ene keer niet te missen dat we daar weer winnen!” In dat opzicht mag men benieuwd zijn hoe vol het gastenvak volgend jaar zal zijn.
Een derby binnen een stad is altijd iets bijzonders. Wat zijn er geen geweldige derby’s? Celtic tegen de Rangers, Milan tegen Inter, Roma tegen Lazio, Boca Juniors tegen River Plate, Flamengo tegen Fluminense, Liverpool tegen Everton …We moeten eerlijk toegeven dat Feyenoord – Sparta niet helemaal in dit rijtje past.
Waarom? Omdat het geen ontmoeting is tussen twee teams die ongeveer even sterk zijn. Sinds de jaren 90 – toen Sparta sportief steeds verder achteruitging – verloor de “Derby aan de Maas” zijn aantrekkingskracht. Voor de Spartanen bleef het de wedstrijd van het jaar, maar voor de Feyenoorders? Wat is de aantrekkingskracht van een wedstrijd die eigenlijk elk jaar wordt gewonnen? Daarom was de overwinning van afgelopen zondag zo belangrijk. Die geeft de derby weer nieuw leven.
Direct na de wedstrijd leken de Feyenoorders alleen met zichzelf bezig te zijn – een lot dat ze bijvoorbeeld deelden met ESPN, dat zelfs na de 4-3 van Kitolano en na het slotfluitje consequent alleen maar verdrietige spelers van Feyenoord liet zien. Dat was weliswaar een mooi aanzicht, maar neutrale verslaggeving was het niet.
Dit veranderde pas na de beelden van de overwinningsviering bij het Kasteel. De teambus was aangekomen en werd enthousiast onthaald door honderden juichende Spartanen. De reactie van veel Feyenoorders: ach, arme kerels, als ze zo een competitieoverwinning moeten vieren! Overigens had de bekende Sparta-fan en journalist Ruud van Os zich enkele maanden geleden op dezelfde manier uitgelaten toen de Spartanen hun voorsprong in de Ajax-Arena uitbundig vierden: “Dat is belachelijk. Alsof ze de Champions League hebben gewonnen!” Heeft Ruud van Os zich al uitgelaten over de viering van zondag?
Zowel de Feyenoorders als Ruud van Os begaan met deze houding, waarbij ze zich uitspreken over juichende Spartanen, minstens twee fouten. De ene fout zou je misschien kunnen zien als arrogantie, maar misschien ook als een gebrek aan inlevingsvermogen in het hart van een supporter die met zijn team door de jaren heen veel heeft moeten doorstaan en na veel ergernis en verdriet, na jaren in de Eerste Divisie, na vele nederlagen in de kou en de regen, eindelijk eens iets bijzonders wil vieren.
De tweede fout is dat ze het verschil tussen Feyenoord en Sparta niet begrijpen. Ze denken dat beide clubs in dezelfde competitie spelen, dus dat ze op hetzelfde niveau staan en dat overdreven gejuich van Sparta daarom overdreven is. Nu moet je misschien bedenken dat Feyenoord (net als Ajax, meneer von Os) op een speeldag in de Champions League ongeveer evenveel geld verdient als de totale jaaromzet van Sparta. Ik herhaal: in één wedstrijd evenveel geld als Sparta in een jaar!
Totale omzet van beide clubs: 160 miljoen tegenover 25 miljoen. Gezien deze feiten moet je gewoon zeggen dat het enerzijds bijna zielig is als Feyenoorders na de gebruikelijke overwinning in de derby denken dat hun club beter is. Niet de club is beter, maar ze hebben de betere spelers omdat ze bijna 8 keer zoveel geld hebben. Anderzijds maken deze cijfers nog eens duidelijk hoe groot een overwinning tegen een team van een club die financieel (en dus ook sportief) in een andere klasse speelt, eigenlijk is. Daar mag je best over juichen.
Maar dit probleem beperkt zich niet alleen tot Feyenoord en Sparta. Het is het fundamentele probleem van het hedendaagse voetbal.
Toen ik enkele jaren geleden vanuit Duitsland naar Rotterdam in Nederland verhuisde, deed ik wat je als nieuwkomer hoort te doen: ik informeerde mezelf over het land en de mensen. Ik kocht de vierdelige geschiedenis van het Nederlandse voetbal van Frans van Nieuwenhof en las de 1500 pagina’s door. Het spannende was dat het eerste deel over de periode vóór de oprichting van de Eredivisie veel interessanter was dan het deel over de Eredivisie zelf. Waarom? Omdat niet altijd dezelfde clubs aan de top stonden. Als kleine club had je een kans om naar boven te komen als je goed werk leverde. Die kans bestaat in de Eredivisie en in het moderne voetbal eigenlijk niet meer, tenzij miljardairs geld in de club pompen.
Het verschil tussen Feyenoord en Sparta, en in het algemeen het verschil tussen de topclubs en de rest van de wereld, is in beton gegoten. Aan de ene kant zal er altijd veel geld zijn en aan de andere kant weinig geld. Niet omdat de ene club beter of slechter werkt dan de andere, maar omdat de club die bovenaan staat zoveel geld krijgt dat hij bovenaan blijft.
Wat betekent dit voor Sparta? En voor de derby aan de Maas? Het betekent dat de kans dat Sparta ooit nog eens kampioen wordt, vrijwel nihil is. En dat geldt ook als de club nog zo slim te werk gaat. Het betekent dat de beker onze enige kans op een titel zal zijn (groeten aan Volendam …). Dat betekent dat Sparta ook in de toekomst niet veel derby’s zal winnen, maar als het een keer lukt, is het des te mooier. En dat moet dan ook gevierd worden. En bovenal geldt: een club is niet interessant vanwege zijn successen, maar vanwege zijn geschiedenis, zijn cultuur en zijn supporters. En op dat gebied heeft Sparta veel te bieden. En dat brengt de derby weer tot leven.




