Woensdag 27 December 2017 - 09:18

Het Pastoor tijdperk

Wie precies weet te vertellen wat de bijdrage is van Alex Pastoor aan de herrijzenis van Sparta Rotterdam mag het zeggen. Het staat in ieder geval vast dat hij ons weer heeft doen hopen en heeft doen wanhopen. Onderstaande grafiek geeft een verloop weer van het krediet dat Pastoor had opgebouwd. Laten we gewoon de geschiedenis van Pastoor op ons kasteel nog eens langslopen.

Met 11 uit 5 en een klinkend doelsaldo hadden we een prima begin van 2015. Na een ongelukkige 0-2 nederlaag tegen Jong PSV verloren we echter opeens veel punten. In de laatste minuut in Venlo verspeelde we een cruciale overwinning. Het wervelende voetbal onder Pastoor van begin 2015 kwam nog heel even terug tegen Roda JC, die gewoon zouden promoveren ondanks een 6-0 oorwassing op ons Kasteel. In een nerveuze vertoning tegen De Graafschap (die vanuit de middenmoot van de Jupiler ook doodleuk zouden promoveren) verspeelde we net als in 2011 een play-off kans.

Kortom: nog geen enkele reden voor Spartanen om hoop of sympathie voor het elftal te koesteren. Pastoor was geen verlosser. Niets wees op een Saint Alex spandoek, dat binnen 8 maanden zou verschijnen.

Op een warme augustusavond in Waalwijk keken we opeens naar voetbal dat we tijden niet hadden gezien. Met 17 uit 7 stonden we toch gewoon 2e begin oktober 2015. Decepties in Breda en Nijmegen deden het geloof in het Sparta van Pastoor weer doven, maar toen werd alles anders. Brogno, Bergkamp, Sanusi, van Moorsel bleken echte versterkingen. Verhaar bleek een reïncarnatie van Dennis de Nooijer in zijn beste dagen. Op 30 november werden we wakker met 3 punten er bij, nadat we de wedstrijd tegen Helmond ook als lijstaanvoerder waren begonnen. Zo vaak was dat niet gebeurd. De echte openbaring kwam in de laatste minuten tegen de Volendam; op 4 december 2015 werd het opeens duidelijk dat we weer een eredivisieclub zouden kunnen worden.

Want laten we wel zijn: onze eredivisiewaardigheid was al jaren aan het wegslijten. 2015 werd afgesloten met zes goals tegen MVV en vijf punten voorsprong. Aan wie hadden we deze sportieve luxe te danken? Pastoor? Verhaar, Brogno of Sanusi? Beenhakker, Westerhof, Laros, van Heelsbergen?

Op 7 februari (de eerste wedstrijd van mijn oudste dochter op het Kasteel) waren we ouderwets nerveus. Godzijdank was ik tot de bevrijdende stift van de 3-1 gewoon bezig met het voorlezen van een Disney verhaaltje. De rest van februari 2016 was een lange zegetocht. De subtiele voetbeweging waarmee Verhaar de 3-1 tegen (latere promovendus) GA Eagles in de touwen joeg was het zoveelste bewijs van onze superioriteit. Zwijnpartijen tegen F.C. Oss en Emmen gaven aanleiding om het kampioensfeest te plannen. Een zenuwachtige reeks eindigde met een uitgelaten, maar intieme, maandagavond in april.

Op basis van het kampioensfeest konden we zeggen dat we aan de hand van Pastoor in enkele maanden van kwakkelende “has been” weer een echte voetbalclub geworden waren. Alles rond het kampioenschap ademende vertrouwen en professionaliteit uit. De knagende nederlaag tegen Dordrecht (de eerste sinds meer dan een jaar op het Kasteel) gaf echter aan dat er nog veel werk te doen was. Waren we niet slechts kampioen geworden doordat met enig geluk een handvol spelers op het juiste moment in vorm waren gekomen? Alleen Sanusi en Breuer hadden een constant seizoen gedraaid, de rest had zijn ups en downs gehad. Waren het Pastoors geweldige beslissingen als trainer die de matige vorm van Dijkstra, Dougall en van Moorsel hadden opgevangen?

Toen mijn buurman (Zuid sympathisant/slapjanus) in juli 2016 naar versterkingen vroeg, zei ik hem dat ik blij was dat we geen bekende namen hadden aangetrokken. Ik vertelde hem dat die namen geen garantie zijn voor eredivisie-waardig spel. Ik zal een roze bril hebben gehad, jawel, maar ik had ook gewoon nog namen als Denneboom, Boakye, Buijs en Anastasiou in gedachte. Diezelfde buurman had een hekel aan de wijsneus Pastoor. Voor mij de eerste keer dat ik over Alex Pastoor in Sparta dienst iets negatiefs hoorde.

De 2-0 tegen NEC bewees dat we ook in de eredivisie heel goed konden voetballen. Na de 3-1 tegen Heerenveen liep ik op zaterdag 5 november tussen de toeristen op de markt. Ik heb tegen minstens twee Duitsers en een Fransoos verteld dat Sparta weer Europa in zou gaan. Sinds de halve finale in 1996 was ik niet meer zo extatisch geweest over onze helden. Daarna ging het opeens niet meer. Ondanks een halve finaleplaats in de beker leken we na de 2-3 tegen PEC geen punt meer te pakken. Wat was er in Heeresnaam gebeurd? Wie was Calero Ruiz en waarom mocht Thomas niet meer meedoen? Binnen tien weken was het alle hens aan dek. Pastoor stond ter discussie.

Met Floranus, Van Moorsel, Kortsmit (leve de kampioenshelden) en Goodwin als uitblinkers hadden we voor de 4e keer op rij een geweldige maandagochtend. Na een heerlijke 3-0 tegen Heracles (met het geluk dat bij 1-0 van Drongelen geen rood kreeg) leek de schwung van het kampioensteam eindelijk terug. Nu alleen Verhaar weer in de basis. Maar wederom waren de brillenglazen te roze gekleurd. De twijfels over Pastoor doken weer snel op na 3 nederlagen in 6 dagen, met de pijnlijke Kralingse gestolen drie punter als extra zout in de wonde. Na de 0-1 tegen ADO leken de play-offs een zekerheid.

Door de 1-0 tegen Twente leek Pusic opeens een goede aankoop. Dat moet Pastoor ook zelf gedacht hebben, hij zou die scout later weer opzoeken. Dat Ünal ten onrecht een doelpunt afgekeurd zag worden in de 81e minuut laten we even buiten beschouwing. In Deventer kon er een streep onder een grillig seizoen. De gang van zaken rond Jaap Sneep zijn vervanging was een teken dat er ondanks de sportieve adempauze geen rust was binnen de club.

Het nieuwe jaar begon slechter dan het slechtste scenario. Maar door Ache en een goede 1-0 tegen Twente was er gewoon weer even lucht. Een paar weken later konden Spartanen op zondagavond aan niets anders denken dan een 100kg zware lompe Roda spits die vanaf de middenlijn om Marfelt en Chabot heen wandelde. In enkele minuten leek van een zekere exit van Pastoor opeens een winst op Woudenstein aanstaande, maar die was ons niet gegund. Het bleef bij slechts één extra winstpartij na die tijd. Ondanks de pretentieuze pasjes van Mühren hadden we nog hoop op meer. De 3-2 in Almelo en de wanprestatie van de eeuw maakte een einde aan een tijdperk.

Wat voor tijdperk? Is het Pastoor kwalijk te nemen dat hij ons uit een uitzichtloze situatie weer deed geloven in een bekerfinale en een stabiel eredivisieschap? Is er iemand naast Pastoor medeverantwoordelijk voor het falende scoutingbeleid? Worden we weer een trainerscarrousel, nu we voor het eerst sinds de dagen van Leo Steegman (inderdaad, 1972-1975) weer eens een trainer voor drie jaar op de bank hadden zitten? Wat vinden we van Klein, Laros en Westerhof? Willen we op Heracles en PEC lijken, of op Vitesse, NAC, Roda, Twente, Willem II en ADO? Wat kunnen supporters doen?

Dankzij Pastoor kunnen we dit soort vragen stellen. Zonder hem hadden we het vandaag waarschijnlijk over Telstar of Helmond Sport.



Share |
comments powered by Disqus