Donderdag 24 Augustus 2017 - 05:46

De eerste keer

Het is ‘Match Day’. Een dag waarop je niet alleen naar het stadion gaat maar met gezelschap. Dus lekker met z’n tweeën naar Sparta. Alleen dit is wel een hele speciale ´Match Day’. Voor één van ons twee is deze wedstrijd specialer dan anders. Niet alleen omdat op deze dag weer een mooie stadsderby is maar ook omdat bij deze wedstrijd revanche genomen moet worden voor de jaren Jupiler League.

Ik kan zien dat hij het spannend vindt, ook al zal hij zeggen van niet. Aangezien hij geen grote fan is van voetbal. Totdat ik hem laatst mee nam naar een oefenwedstrijd, ook al was het de plaatselijke amateurclub die tegen de ‘Residentieclub’ speelde. En eerlijk gezegd schaamde ik me een beetje dat ik hem naar deze wedstrijd had mee genomen. Niet zo zeer omdat de wedstrijd werd gespeeld op een afgeragd voetbalveld, dat bijna geen voetbalveld te noemen was, maar ook omdat het een wedstrijd van de ‘Residentieclub’ was. Maar het was zijn eerste voetbalwedstrijd en dit zal zijn eerste keer in een stadion zijn.

Nadat we de auto geparkeerd hebben bij Delfshaven lopen we richting Het Kasteel. En tijdens onze kleine wandeling, wordt hij nog zenuwachtiger dan dat hij al in de auto was. Wat zelfs voor een blinde nog duidelijk te zien zou zijn. De hele reis kon hij gewoon niet stil zitten en, helaas, kon hij zijn mond ook niet dicht houden. Hij was zelfs zo zenuwachtig dat we tijdens onze wandeling even moesten stoppen om achter een container een plaspauze in te lassen. Natuurlijk het zou ook kunnen dat het kwam omdat we net een liter drinken op hadden. Één van de twee is erg goed mogelijk

Na deze tijdelijke pauze, beginnen we verder aan de laatste paar honderd meter naar Het Kasteel en kijkt hij zijn ogen uit. In de verte doemen de lichten van de lichtmasten al op. Hoe dichter bij we bij het Kasteel komen hoe verder zijn mond open valt. De sfeer, de mensen, alles van dit al, is nieuw voor hem. Zelfs een ontmoeting met een aantal leden van Spangenaren was voor hem helemaal nieuw. Doordat hij onder de indruk is, van hoe groot het stadion wel niet is, loopt hij zo tegen iemand van hen op.

Even is de man geïrriteerd, want blijkbaar was deze net in een diep gesprek met zijn maten over de tactiek. Over welke tactiek de ploeg moest gebruiken om zowel de drie punten binnen te slepen als die andere club, die niet genoemd mag worden, de mond te snoeren. Maar na een kleine uitleg glimlacht de man begrijpend, geeft hem een schouderklopje, wenst ons een goede wedstrijd toe en laat ons rustig door lopen. Om vervolgens zijn gesprek over ‘ de winnende tactiek’ voort te zetten.

Nog onder de indruk van zijn ontmoeting met een aantal leden van Spangenaren komen we aan bij de toegangspoortjes. Zoals altijd word ik gefouilleerd, maar hij niet. Hij laat alles over zich heen komen en staat praktisch met een open mond om zich heen te kijken. Wat voor de steward reden genoeg is om hem niet te fouilleren en gewoon door te laten lopen.

Terwijl de wedstrijd eindelijk begint en ik zelf een minder leuke middag tegemoet ga vanwege het aankomende verlies, beleeft hij een topmiddag. Door dat er van alles in het stadion gebeurt, ziet hij weinig tot niets van de wedstrijd. Want er is zoveel om te zien en te horen, het gezang, de sponsors in hun businessloges met hun glazen champagne, de ‘oehs’ en de ‘aahs’ bij een gemiste kans. De supporters die schelden en wegwerp gebaren maken vanwege de scheidsrechter die overduidelijk tegen de ploeg fluit.

Niets van dat alles heeft hij ooit eerder gezien. Ook al is mijn vader alweer bijna vijfenzestig jaar.



Share |
comments powered by Disqus